28/11/2012

La Vierge et l'Enfant / The Virgin and the Child / De Maagd en het Kind, part two, left hand and pedal

This is the third blog post to document the preparation of my performance of Olivier Messiaen's 'La Nativité du Seigneur' at the Orgelpark in Amsterdam on 21 December, 2012 at 20.15 h
Nederlandse tekst zie onder de video

In the middle section of La Vierge et l'Enfant the left hand thumb plays a central role. If the staccato is well performed, it jumps from key to key with exactly the right amount of energy needed to pass the distance. The thumb then gets a pivot function in co-ordinating the movements of hands and feet, allowing the rest of the body to be in rest.


In het middendeel van La Vierge et l'Enfant speelt de duim van de linkerhand een centrale rol. Als het staccato goed wordt uitgevoerd, springt deze van toets naar toets met precies de juiste hoeveelheid energie die nodig is om de afstand af te leggen. De duim krijgt dan een spilfunctie in het op elkaar afstemmen van bewegingen van handen en voeten, waardoor de rest van het lichaam in rust kan zijn.

26/11/2012

La Vierge et l'Enfant / The Virgin and the Child / De Maagd en het Kind, part two, right hand and pedal

This is the second blog post to document the preparation of my live performance of Olivier Messiaen's 'La Nativité du Seigneur' at the Orgelpark in Amsterdam on 21 December, 2012 at 20.15 h
Nederlandse tekst zie onder de video

The middle section of La Vierge et l'Enfant is a variable obstinato consisting of three layers, each of which is a variable obstinato in itself. In nature, we see many examples of variable ostinatos, such as the movements of leaves and branches of a tree in the wind. Superficially, these movements seem to be always the same, but precise observation shows that they are always different. Similarly, the repetitions in this music example are permanently varied. Messiaen shows himself to be an adept of Stravinsky, while being completely original at the same time.
This passage asks for an optimum co-ordination of left hand, right hand and feet, as in a trio. Here, as an example, the combination of the right hand and the pedal. The fingers of the right hand always remain in contact with the keys and movements are as small as possible.



Het middendeel van La Vierge et l'Enfant is een variabel ostinato, bestaande uit drie lagen die ieder op zich ook een variabel ostinato vormen. In de natuur zien we vele voorbeelden van variabele ostinati, zoals de bewegingen van bladeren en takken van een boom in de wind. Oppervlakkig gezien lijken deze bewegingen steeds hetzelfde, maar bij nauwkeurig waarnemen blijkt dat ze steeds verschillend zijn. Evenzo zijn in dit muziekvoorbeeld de herhalingen aanleiding tot variatie. Messiaen toont zich een adept van Strawinsky, maar is tegelijkertijd volstrekt origineel.

Deze passage vraagt om een optimale coördinatie van linkerhand, rechterhand en voeten, als in een trio. Hier als voorbeeld de combinatie van rechterhand en pedaal. De vingers van de rechterhand blijven voortdurend in contact met de toetsen en bewegingen zijn zo klein mogelijk.

23/11/2012

La Vierge et l'Enfant / The Virgin and the Child / De Maagd en het Kind, part one and BWV542, pedal part middle section

This is the first blog post to document the preparation of my performance of Olivier Messiaen's La Nativité du Seigneur at the Orgelpark in Amsterdam on 21 December 2012, 20.15 h

Nederlandse tekst zie onder de tweede video

A few weeks ago, an organ has been placed in my house. It has three manuals and a pedal, which are connected to a computer. In this way, one can bring to sound samples of existing pipe organs; in my case up to now mainly the Silbermann organ in Arlesheim (Switzerland) from 1761 and the Cavaillé-Coll organ in Caen (France) from 1885. I am enthusiastic about the system, in the first place because of its beautiful sound, but also for the possibility to pass some thoughts on organ playing in a relatively easy way to anyone who is interested. Moreover, there is a good reason now to start a blog: my performance of Messiaen's La Nativité du Seigneur in the Orgelpark in Amsterdam on December 21 this year. By means of this blog I comment upon the preparation for the concert, gradually, from the first till the fourth book. To start with, a video of the performance of the first page of La Vierge et l'Enfant, with the sound of the organ in Caen.




Here, special attention has to be paid to the legato, which should be fluent and elastic. For that purpose, the most efficient fingerings and finger substitutions are chosen. Important is the movement that a finger makes from an upper key to a lower key and vice versa. Look at, for instance, the second finger at 0'49'' and 1'00''. The part of the keys that is actually played has to be as small as possible, in order to make movements minimal and accurate at the same time. The tempo is quiet and steady, with a little bit of rubato to give some space to the grace notes for the right hand at the beginning of phrases. The long chords at the end of each phrase should not be shortened. The wrists are always relaxed; they may move very gently to the rhythm. There is an atmosphere of contemplation and quiet, joyful expectation, as in the Advent.

And then, of course, there is Bach. I started, so to speak, from scratch practising his pieces; left hand, right hand and feet separately, then in several combinations. It is a great joy to do that with the sound of the organ in Arlesheim. I often think about Stef Tuinstra's excellent article 'An attempt to reconstruct Bach's pedal playing' from 2007, which I read last year, and also the impressive oboe playing technique of Marcel Ponseele. By the way, I notice being influenced by my playing with jazz- and pop musicians and in particular percussionists like Sandip Bhattacharya, Friso van Wijck and Hans de Greeve, which has encouraged me to play Bach according to the saying "in the beginning there was rhythm". See the following video, with the pedal part from the middle section of the great g minor fugue.




Nederlandse tekst

Enkele weken geleden werd bij mij thuis een 'Hauptwerk-orgel' geplaatst. Het heeft drie manualen en een pedaal, die in verbinding staan met een computer. Hierdoor kunnen samples van bestaande pijporgels tot klinken worden gebracht; in mijn geval tot op heden vooral het Silbermann-orgel uit 1761 in Arlesheim (Zwitserland) en het Cavaillé-Coll-orgel uit 1885 in Caen (Frankrijk). Ik ben enthousiast over het systeem, op de eerste plaats omdat de klank zo fraai is, maar ook vanwege de mogelijkheid nu op een relatief eenvoudige manier gedachten over het orgelspelen te kunnen doorgeven aan iedereen die daarvoor interesse heeft. Daarbij is er nu een goede aanleiding om een blog te beginnen: mijn uitvoering van Messiaens La Nativité du Seigneur in het Orgelpark in Amsterdam op 21 december a.s. Door middel van deze blog doe ik verslag van de voorbereiding van het concert, stapsgewijs, van het eerste tot en met het vierde boek. Om te beginnen een video (zie boven, in de Engelse tekst) van de uitvoering van de eerste bladzijde van La Vierge et l'Enfant, met de klank van het orgel in Caen.

Bijzondere aandacht vraagt hier het legato, dat vloeiend en elastisch dient te zijn. Daartoe worden zorgvuldig de meest doelmatige vingerzettingen en vingerwisselingen bepaald. Belangrijk is de beweging die een vinger maakt van boventoets naar ondertoets en omgekeerd. Zie bijvoorbeeld de tweede vinger van de linkerhand op 0'49'' en 1'00''. Het gedeelte van de toetsen dat daadwerkelijk bespeeld wordt is zo klein mogelijk. Hierdoor kunnen bewegingen tegelijk minimaal en accuraat zijn. Het tempo is rustig en gelijkmatig, met een licht rubato om enige ruimte te geven aan de versieringsnoten voor de rechterhand aan het begin van frases. De lange akkoorden aan het slot van ieder frase dienen volledig te worden uitgeteld. De polsen zijn altijd ontspannen; ze kunnen heel licht meebewegen op de cadans. Er is een stemming van contemplatie en stille, blijde verwachting, zoals in de advent.








En dan is er natuurlijk Bach. Ik ben als het ware opnieuw begonnen met het studeren van zijn werken; linkerhand, rechterhand en voeten afzonderlijk, daarna in diverse combinaties. Het is een grote vreugde om dat met de klank van het orgel in Arlesheim te kunnen doen. Hierbij denk ik regelmatig aan Stef Tuinstra's voortreffelijke artikel Een poging tot reconstructie van Bachs pedaalspel uit 2007, dat ik vorig jaar las, en ook aan het spel van de indrukwekkende hoboïst Marcel Ponseele. Overigens merk ik nu een invloed te hebben ondergaan van het spelen met jazz- en popmusici en in het bijzonder ook percussionisten als Sandip Bhattacharya, Friso van Wijck en Hans de Greeve; meer dan vroeger speel ik Bach volgens het gezegde "in den beginne was er ritme". Zie de volgende video (boven, in de Engelse tekst), met de pedaalpartij uit het middengedeelte van de grote g-klein fuga.