02/06/2016

De Betoverde Woestijn Groningen Der Aa-kerk, 30 Juni 2016 met demo-video



De Schnitger Droomprijs die ik in 2015 ontving zal op 30 Juni 2016 ontving werd gevierd met een concert/voorstelling in de Der Aa-kerk in Groningen. Het concert was een uitstekende gelegenheid om een project te presenteren waar ik al verschillende jaren over nadacht. De naam van dit project was oorspronkelijk "Het Betoverde Woud", maar werd later veranderd in "De Betoverde Woestijn", omdat dit meer overeenkomt met de grote dramatische contrasten die de muziek heeft. Het gaat om een concert met vier musici en een danseres:

Eliana Stragapede, dans
Rik Kaijser, choreografie
Martijn Alsters, fluit
René van Commenée, performance
Friso van Wijck, percussie
Willem Tanke, orgel

Onderstaande foto's zijn van Guy Tal. De bovenstaande video bestaat uit een selectie van fragmenten van het concert.



De Betoverde Woestijn gaat uit van associative relaties tussen klanken, beelden en woorden; er is geen logische verhaallijn. De luisteraar/toeschouwer krijgt aan de hand van klank, beeld en titels van stukken indrukken die voor iedereen verschillend zullen zijn, maar een vergelijkbaar grondpatroon hebben in het onderbewustzijn. Hierdoor kunnen verbindingen die niet logisch lijken te zijn toch met elkaar samenhangen, zoals in een droom. De toehoorder kan een gevoel van tijdloosheid ondergaan en de indruk hebben zich in een andere wereld te bevinden. 

De titels van de stukken zijn spontaan tot stand gekomen in het Engels, in alle gevallen nadat de contouren van een improvisatie/compositie duidelijk waren. Er is voor gekozen ze niet te vertalen in het Nederlands, om te voorkomen dat ze aan spontaniteit en kracht zouden inboeten. Alleen de naam van het werk als geheel, The Enchanted Desert, is vertaald, omdat De Betoverde Woestijn minstens zo mooi en suggestief klinkt. 

De uitvoerenden maken op een bijzondere manier gebruik van de ruimte. De danseres bevindt zich op een centrale plek, met het publiek rondom haar. De fluitist en percussionist staan op de galerijen links en rechts van het orgel. De performance-kunstenaar is het meest mobiel; hij loopt rondom en temidden van het publiek. De organist is zoals meestal niet te zien.  

De voorstelling kent grote tegenstellingen en is rijk geschakeerd aan stemmingen, zoals verstilling (Stillness, My friend the Indian), ongecompliceerde vreugde (Listening to the fairies en Birds, drums and signals), woede en onmacht (Grooving Angry Elephants), intense dramatiek (Howling Sands), sensuele bedwelming (Madonna of the sky) en vervoering (Exaltation). In het algemeen heeft ieder stuk één grondstemming, vergelijkbaar met het begrip Affekt in barokmuziek. De grondstemmingen zijn eenvoudig te herkennen; in dit opzicht is De Betoverde Woestijn laagdrempelig, in tegenstelling tot veel hedendaagse muziek.


Het programma is als volgt.

Deel 1 

1. Intro bestaat uit spaarzame, percussieve klanken, voortgebracht door een raadselachtig personage dat de ruimte betreedt en verkent.

2. Stillness is oorspronkelijk een compositie voor orgel solo, geschreven rond 1998. Als zodanig is het uitgebracht op de CD’s Imaginary Day en Meditations for a lent. Het leent zich goed voor samenspel met andere instrumenten en cross-overs. Inmiddels zijn er versies voor orgel/piano en viool (Westers klassiek,Turks en Grieks), fluit (klassiek), elektrische gitaar (pop), zang (pop en klassiek) en ut (Turkse luit). Ook staat Stillness op het repertoire van mijn avant-garde jazztrio Turnstone (saxofoon, piano en drums). In De Betoverde Woestijn gaat het om een versie voor orgel en (hand)percussie.
Het stuk geeft de leegte van de woestijn weer, een leegte die echter gevuld is met concentratie.

3. Listening to the fairies  werd geschreven in 2003, eveneens voor orgel solo. De stemming is lichtvoetig, ongecompliceerd en vrolijk; een kwaliteit die in hedendaagse klassieke muziek helaas nauwelijks voorkomt. Een improvisatie voor fluit versterkt het gevoel van vreugde. Zie naschrift voor een verband met Bach-interpretatie.
                   
4. Wild Energy  is het laatste deel van Five Dances for organ, gecomponeerd in 1997. Het beeldt natuurkrachten uit, zoals een storm.     
                    
5. Terra Ferma is een compositie/improvisatie voor altfluit van Martijn Alsters. Het hoge geluid van een aangestreken cimbaal in de verte geeft zinderende lucht op een warme dag weer. De lucht trilt boven de vaste grond, begeleid door vreemde geluiden van het orgel, die de concentratie verhogen.

Deel 2

6. The Loop Man # Ardha Jai Taal  is ontstaan in 2016. “The Loop Man” is een bijnaam die Mike Garson mij gaf vanwege de vele ritmisch-melodische patronen die ik schreef voor met name de linkerhand. Door veelvuldige herhalingen fungeren deze als “groove” of “loop”; termen uit de jazz en popmuziek. Ze zijn bijzonder geschikt voor cross-overs tussen verschillende muziekculturen. Hier gaat het om een loop van 6.5 tellen, met als voorbeeld Ardha Jai Taal, een ritmisch patroon uit Indiase muziek. Percussionist/drummer Friso van Wijck, saxofonist Ruben Verbruggen en ik (het avant-garde jazztrio Turnstone) oefenen sinds enkele jaren dit soort patronen. 

7. Exaltation is evenals Wild Energy oorspronkelijk een deel uit Five Dances for organ. De quasi-Keltische melodie kwam in mij op na het zien van een voorstelling van Riverdance, een Ierse dansgroep die furore maakte in de jaren ’90. Hier wordt het stuk voor de eerste keer met dans gecombineerd.
                                         
8. Howling Sands is een titel die spontaan naar boven kwam toen ik in mei 2016 dit stuk maakte, naar aanleiding van een bezoek aan de Der Aa-kerk. Toen ik het als zoekterm invoerde op Internet, zag ik tot mijn verbazing dat “huilend zand” echt bestaat; het is een natuurverschijnsel dat gedurende enkele minuten een geluid tot aan 105 decibel kan veroorzaken. Het komt op ongeveer 35 plaatsen in de wereld voor, waaronder de Mojave-woestijn in Californië. De vier musici werken in dit stuk samen om een climax te bewerkstelligen die Wild Energy overtreft.
                         
9. Birds, drums and signals is het tweede deel van Three light pieces uit 2016. Daarvoor werd het als afzonderlijk stuk reeds uitgevoerd door Berry van Berkum op verschillende Hollandse orgels. Net als bij Listening to the fairies gaat het om een oprechte, kinderlijke vreugde, zoals ik die aantrof bij Afrikaanse musici in de Scots International Church in Rotterdam, waar ik van 1998 tot 2000 organist was. De loop of groove wordt nu gespeeld door de rechterhand, in een 13/8 maat, als basis voor een improvisatie op fluit. Zie naschrift voor een verband met Bach-interpretatie.
   
10. Terra Incognita voor percussie klinkt voor het eerst op de dag van uitvoering.  

Deel 3

11. Grooving Angry Elephants  is het meest recente stuk, ontstaan in mei 2016. Bron van inspiratie waren de prachtige trompetregisters van het orgel in de Der Aa-kerk. Voordat deze klinken is er een woeste melodie in octaven, met een plenum van het Rugwerk als registratie. De 11/8 groove die volgt, met het geluid van de tongwerken van het Hoofdwerk en gespeeld door de linkerhand, geeft het heen en weer zwaaien van de olifantenslurf weer en het trompetteren. De improviserende rechterhand drukt een gevoel van woede en onmacht uit. De titel is ontstaan na het zien van een video over opgejaagde olifanten op YouTube.

12. Madonna of the sky  is een adaptatie van enerzijds een fragment voor piano dat ik met Mike Garson speelde in het tv-programma Vrije Geluiden in 2007 en anderzijds het orgelwerk Queen of the sky uit hetzelfde jaar, opgedragen aan Jan en Marga Welmers. Het is een referentie aan de sensuele uitstraling die Maria in de beeldende kunst soms heeft, aan het onvergetelijke beeld van de Engel in Messiaens opera Saint-François d’Assise in de Parijse uitvoering van 2004 en vruchtbaarheidssymbolen overal ter wereld, zoals de bij.
     
13. Mirage - Intensity - Vision brengt de derde en definitieve climax, die de voorafgaande overtreft. Het eerste deel is geënt op een improvisatie die ik speelde om een storm uit te beelden in voorstellingen van Henk van Ulsens Job in de jaren ’90. Tevens verscheen het op mijn CD Imaginary Day met als titel Breakwave.  Het tweede deel is terug te voeren op een improvisatie uit het begin van de jaren ’80, toen ik nog studeerde. Ook in dit stuk spelen de vier musici samen. 

14. My friend the Indian werd geschreven voor Yamaha SY99-synthesizer in 1996 en is opgedragen aan Rien Roggeveen. De eerste uitvoering op orgel is waarschijnlijk gegeven door Hans Fidom; later is ook nog een versie voor piano verschenen. In 2009 las ik het artikel Thoughts on Improvisation van Bruno Nettl (1974), waarin hij aantoont dat improvisatie en compositie bij de Pima-Indianen in Arizona moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit sprak mij aan omdat ook bij mij de scheiding tussen improvisatie en compositie vaak heel gering is. Tevens maakt Nettl duidelijk dat improviseren/componeren voor deze indianen bestaat uit ontrafelen van muziek die in een bovennatuurlijke werkelijkheid reeds aanwezig zou zijn. Het was verhelderend dit te lezen, omdat ik mij nooit helemaal kon vinden in het idee van kunst als individuele expressie van individuele emotie, van binnenuit dus, zoals in de negentiende en twintigste eeuw tot op heden gebruikelijk was. In die zin is mijn muziek meer verwant aan bijvoorbeeld klassieke Indiase of Perzische muziek en “oude” Europese muziek dan aan Westerse muziek van na 1800. Deze ideeën bracht ik in verband met My friend the Indian, dat vanaf 1996 altijd tamelijk raadselachtig is gebleven, maar waarvan nu de puzzelstukjes in elkaar lijken te vallen: het roept een beeld op van een woestijn die na hevige regenval tot bloei is gekomen. Een indiaan zit op de grond en kijkt rustig om zich heen.