25/07/2016

De Betoverde Woestijn voor orgel solo - toelichting voor uitvoeringen in Nederland, met video's


foto Guy Tal

Adega, cuando iba al monte con las ovejas, tendíase a la sombra de grandes peñascales y pasaba así horas enteras, la mirada sumida en las nubes y en infantiles éxtasis el ánima. Esperaba llena de fe ingénua que la azul inmensidad se rasgase dejándole entrever la Gloria. Sin conciencia del tiempo, perdida en la niebla de este ensueño sentía pasar sobre su rostro el aliento encendido del milagro. ¡Y el milagro acaeció!…Un anochecer de verano Adega llegó a la venta jadeante, transfigurada la faz.

(fragmento de la novela Flor de Santidad de Ramon María del Valle-Inclán)

Als Adega met de schapen naar de berg ging, strekte ze zich uit in de schaduw van grote rotsblokken en bracht daar hele uren door, met de blik gericht op de wolken en de ziel in kinderlijke extase. Vol van naïef geloof hoopte ze dat de blauwe oneindigheid zou openbreken en haar de Gelukzaligheid zou laten zien. Zonder zich van tijd bewust te zijn, verloren in de nevel van deze droom voelde ze de brandende ademtocht van het wonder over haar gelaat stromen. En het wonder gebeurde! ...Bij het vallen van een avond, in de zomer, kwam ze hijgend bij de herberg aan, met een verheerlijkte gelaatsuitdrukking.

(fragment uit de roman Bloem van Heiligheid van Ramon María del Valle-Inclán)

De eerste uitvoering van De Betoverde Woestijn vond plaats op 30 juni jl. in de Der Aa-kerk in Groningen, in een versie voor orgel, fluit, percussie en met dans en performance. Daarna maakte ik een versie voor orgel solo en enkele door mij zelf en een registrant te bespelen percussie-instrumenten. Historische instrumenten, bij voorkeur uit de barok, lenen zich zeer goed voor mijn muziek, met name vanwege hun directheid en duidelijke omlijning van klank en de overwegend transparante structuur van mijn composities en improvisaties. Sommige delen van De Betoverde Woestijn zijn geheel uitgeschreven, andere laten in meer of mindere mate ruimte voor improvisatie. Een bijzonder fraai register van het orgel kan aanleiding zijn tot improvisatie, ook in de uitgeschreven stukken. Sommige passages oefen ik met opzet nooit om op het moment van uitvoering een maximale ontvankelijkheid te hebben voor het orgel in kwestie. Overigens is het niet zo dat de versie voor orgel solo per definitie minder interessant is dan de versie voor orgel, dans, performance, fluit en percussie. Eerder gaat het om een andere beleving, meer ingetogen-auditief dan exuberant-visueel. Ook laat de solo-versie meer ruimte voor spontane invallen.  

De Betoverde Woestijn gaat uit van associative relaties tussen klanken, beelden en woorden; er is geen logische verhaallijn. De luisteraar/toeschouwer krijgt aan de hand van klank, beeld en titels van stukken indrukken die voor iedereen verschillend zullen zijn, maar een vergelijkbaar grondpatroon hebben in het onderbewustzijn. Hierdoor kunnen verbindingen die niet logisch lijken te zijn toch met elkaar samenhangen, zoals in een droom. De toehoorder kan een gevoel van tijdloosheid ondergaan en de indruk hebben zich in een andere wereld te bevinden. 

De titels van de afzonderlijke delen zijn spontaan tot stand gekomen in het Engels, in alle gevallen nadat de contouren van een improvisatie/compositie duidelijk waren. Er is voor gekozen ze niet te vertalen in het Nederlands, om te voorkomen dat ze aan spontaniteit en kracht zouden inboeten. Alleen de naam van het werk als geheel, The Enchanted Desert, is vertaald, omdat De Betoverde Woestijn minstens zo mooi en suggestief klinkt en natuurlijk in Nederland beter communiceert. De muziek kent grote tegenstellingen en is rijk geschakeerd aan stemmingen, zoals verstilling (Stillness, My friend the Indian), ongecompliceerde vreugde (Listening to the fairies en Birds, drums and signals), woede en onmacht (Grooving Angry Elephants), intense dramatiek (Howling Sands), sensuele bedwelming (Madonna of the sky) en vervoering (Exaltation). In het algemeen heeft ieder stuk één grondstemming, vergelijkbaar met het Affekt in barokmuziek. De grondstemmingen zijn eenvoudig te herkennen; in dit opzicht is De Betoverde Woestijn laagdrempelig, in tegenstelling tot veel hedendaagse muziek. 

Het programma is als volgt.

Deel 1 

1. Intro bestaat uit spaarzame, percussieve klanken, voortgebracht door organist en registrant van achter de speeltafel. 

2. Stillness is oorspronkelijk een compositie voor orgel solo, geschreven rond 1998. Als zodanig is het uitgebracht op de CD’s Imaginary Day en Meditations for a lent. Het leent zich goed voor samenspel met andere instrumenten en cross-overs. Inmiddels zijn er versies voor orgel/piano en viool (Westers klassiek,Turks en Grieks), fluit (klassiek), elektrische gitaar (pop), zang (pop en klassiek) en ut (Turkse luit). Ook staat Stillness op het repertoire van mijn avant-garde jazztrio Turnstone (saxofoon, piano en drums). Het stuk geeft de leegte van de woestijn weer, een leegte die echter gevuld is met concentratie.

video Stillness Medemblik


3. Listening to the fairies  werd geschreven in 2003, eveneens voor orgel solo. De stemming is lichtvoetig, ongecompliceerd en vrolijk; een kwaliteit die in 18e eeuwse muziek heel gebruikelijk was, daarna zeldzamer werd en in hedendaagse klassieke muziek helaas nauwelijks voorkomt. De min of meer vanzelfsprekende speelvreugde en (schijnbare) eenvoud die ik bij Listening to the fairies en evenzo Birds, drums and signals aan de dag leg, probeer ik ook toe te passen op bijvoorbeeld de triosonates van J. S. Bach. Dit is bepaald niet gemakkelijk en een onderwerp van levenslange studie en fascinatie.

video Listening to the fairies Medemblik

           
4. Wild Energy  is het laatste deel van Five Dances for organ, gecomponeerd in 1997. Het beeldt natuurkrachten uit, zoals een storm. 
                    
5. Archetypes (alio modo) was in 2013 een experiment om met de rechterhand te improviseren op een (zelf gevonden) akkoordenschema, zoals in jazz gebruikelijk is. De linkerhand houdt hierbij een vast patroon aan in een 5/4 maatsoort. Alio modo duidt op een andere versie van Archetypes, waarin het akkoordenschema dient als uitgangspunt voor een heel verschillend muziekstuk, met een romantisch-dramatische opbouw, hoogtepunt en afbouw.  

video Archetypes alio modo Medemblik


Deel 2

6. The Loop Man # Ardha Jai Taal  is ontstaan in 2016. “The Loop Man” is een bijnaam die Mike Garson mij gaf vanwege de vele ritmisch-melodische patronen die ik schreef voor met name de linkerhand. Door veelvuldige herhalingen fungeren deze als “groove” of “loop”; termen uit de jazz en popmuziek. Ze zijn bijzonder geschikt voor cross-overs tussen verschillende muziekculturen. Hier gaat het om een loop van 61/2 tel, met als voorbeeld Ardha Jai Taal, een ritmisch patroon uit Indiase muziek. Percussionist/drummer Friso van Wijck, saxofonist Ruben Verbruggen en ik (het avant-garde jazztrio Turnstone) oefenen sinds enkele jaren dit soort patronen. 

video The Loop Man # Ardha Jai Taal Medemblik


7. Exaltation is evenals Wild Energy oorspronkelijk een deel uit Five Dances for organ. De quasi-Keltische melodie kwam in mij op na het zien van een voorstelling van Riverdance, een Ierse dansgroep die furore maakte in de jaren ’90. 
                                         
8. Howling Sands is een titel die spontaan naar boven kwam toen ik in mei 2016 dit stuk maakte, naar aanleiding van een bezoek aan de Der Aa-kerk in Groningen met het schitterende Schnittger-orgel. Toen ik het als zoekterm invoerde op Internet, zag ik tot mijn verbazing dat “huilend zand” echt bestaat; het is een natuurverschijnsel dat gedurende enkele minuten een geluid tot aan 105 decibel kan veroorzaken. Het komt op ongeveer 35 plaatsen in de wereld voor, waaronder de Mojave-woestijn in Californië. 

video Howling Sands Medemblik

                         
9. Birds, drums and signals is het tweede deel van Three light pieces uit 2016. Net als bij Listening to the fairies gaat het om een oprechte, kinderlijke vreugde, zoals ik die aantrof bij Afrikaanse musici in de Scots International Church in Rotterdam, waar ik van 1998 tot 2000 organist was. De loop of groove wordt nu gespeeld door de rechterhand, in een 13/8 maat. 

video Birds, drums and signals Medemblik

   
10. Terra Incognita is de naam van een deel dat ik niet van te voren wil vastleggen in het programma, maar laat afhangen van de stemming op de dag van uitvoering en bijzondere klankeigenschappen van het orgel. Wel kan ik zeggen dat het in verband met deel 9 en 11 een overwegend contemplatief karakter zal hebben.

video Terra Incognita Medemblik



Deel 3

11. Grooving Angry Elephants  is het meest recente stuk, ontstaan in mei 2016. Bron van inspiratie waren de prachtige trompetregisters van het orgel in de Der Aa-kerk. Voordat deze klinken is er een woeste melodie in octaven, met een plenum van het Rugwerk als registratie. De 11/8 groove die volgt, met het geluid van de tongwerken van het Hoofdwerk en gespeeld door de linkerhand, geeft het heen en weer zwaaien van de olifantenslurf weer en het trompetteren. De improviserende rechterhand drukt een gevoel van woede en onmacht uit. De titel is ontstaan na het zien van een video over opgejaagde olifanten op YouTube.

video Grooving Angry Elephants Medemblik


12. Madonna of the sky  is een adaptatie van enerzijds een fragment voor piano dat ik met Mike Garson speelde in het tv-programma Vrije Geluiden in 2007 en anderzijds het orgelwerk Queen of the sky uit hetzelfde jaar, opgedragen aan Jan en Marga Welmers. Het is een referentie aan de sensuele uitstraling die Maria in de beeldende kunst soms heeft, aan het onvergetelijke beeld van de Engel in Messiaens opera Saint-François d’Assise in de Parijse uitvoering van 2004 en tijdloze vruchtbaarheidssymbolen overal ter wereld. Madonna of the sky past in het bijzonder bij het opschrift van deze tekst, de passage uit de roman Bloem van Heiligheid van Ramon María del Valle-Inclán. 


     
13. Mirage - Intensity - Vision brengt na Wild Energy en Howling Sands de derde en hevigste climax overeenkomstig de rhetorische figuur tricolon, die ook in bijvoorbeeld de doorwerking van symfonieën van Franck en Bruckner is aan te treffen. Het eerste deel is geënt op een improvisatie die ik speelde om een storm uit te beelden in voorstellingen van Henk van Ulsens Job in de jaren ’90. Tevens verscheen het op mijn CD Imaginary Day met als titel Breakwave.  Het tweede deel is terug te voeren op een improvisatie uit het begin van de jaren ’80, toen ik nog studeerde. Dit is een voorbeeld van een deel dat ik nooit oefen, om tijdens het concert zoveel mogelijk een gevoel van onrust en elementaire kracht te hebben. Het gaat zonder onderbreking over in het slotdeel.

14. My friend the Indian werd geschreven voor Yamaha SY99-synthesizer in 1996 en is opgedragen aan Rien Roggeveen. De eerste uitvoering op orgel is waarschijnlijk gegeven door Hans Fidom; later is ook nog een versie voor piano verschenen. In 2009 las ik, aangespoord door Marcel Cobussen, het artikel Thoughts on Improvisation van Bruno Nettl (1974), waarin hij aantoont dat improvisatie en compositie bij de Pima-Indianen in Arizona moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit sprak mij aan omdat ook bij mij de scheiding tussen improvisatie en compositie vaak heel gering is. Tevens maakt Nettl duidelijk dat improviseren/componeren voor deze indianen bestaat uit ontrafelen van muziek die in een bovennatuurlijke werkelijkheid reeds aanwezig zou zijn. Het was verhelderend dit te lezen, omdat ik mij nooit helemaal kon vinden in het idee van kunst als individuele expressie van individuele emotie, van binnenuit dus, zoals in de negentiende en twintigste eeuw tot op heden gebruikelijk is geweest. In die zin is mijn muziek meer verwant aan bijvoorbeeld klassieke Indiase of Perzische muziek en “oude” Europese muziek dan aan Westerse muziek van na 1800. Deze ideeën bracht ik in verband met My friend the Indian, dat vanaf 1996 altijd tamelijk raadselachtig is gebleven, maar waarvan nu de puzzelstukjes in elkaar lijken te vallen: het roept een beeld op van een woestijn die na hevige storm en regenval tot bloei is gekomen. Een indiaan zit op de grond en kijkt rustig om zich heen. 



foto Guy Tal

De Betoverde Woestijn, versie voor orgel solo, Medemblik 6 augustus 2016

Na de goed ontvangen uitvoering van De Betoverde Tuin voor orgel, fluit, percussie en met dans en performance in Groningen maakte ik een versie voor orgel solo met het oog op een concert in de Bonifaciuskerk in Medemblik op 6 augustus a.s. Vanwege het budget dat orgelcommissies in het algemeen ter beschikking staat wil ik met name deze soloversie als avondvullend programma aanbieden (daarnaast denk ik ook aan duo- en trioversies). Voor Medemblik zijn mijn verwachtingen vanwege het prachtige Pieter Backer - orgel en de mooie akoestiek hoog gespannen. Het programma vermeldt het volgende.

Willem Tanke De Betoverde Woestijn - versie voor orgel (en enkele percussie-instrumenten), Bonifaciuskerk, Medemblik, 6 augustus 2016, 20.00 uur. Toegang: 6,-

De eerste uitvoering van De Betoverde Woestijn vond plaats op 30 juni jl. in de Der Aa-kerk in Groningen, in een versie voor dans, fluit en percussie met performance. Daarna maakte ik een versie voor orgel solo en enkele door mij zelf en een registrant te bespelen percussie-instrumenten, die nu voor het eerst in de Bonifaciuskerk in Medemblik wordt uitgevoerd, op het prachtige 17e eeuwse Pieter Backer-orgel. Historische instrumenten, bij voorkeur uit de barok, lenen zich zeer goed voor mijn muziek, met name vanwege hun directheid en duidelijke omlijning van klank en de overwegend transparante structuur van mijn composities en improvisaties. Sommige delen van De Betoverde Woestijn zijn geheel uitgeschreven, andere laten in meer of mindere mate ruimte voor improvisatie. Een bijzonder fraai register van het orgel kan aanleiding zijn tot improvisatie, ook in de uitgeschreven stukken. Sommige passages oefen ik met opzet nooit om op het moment van uitvoering een maximale ontvankelijkheid te hebben voor het orgel in kwestie. Overigens is het niet zo dat de versie voor orgel solo in Medemblik per definitie minder interessant is dan de versie voor orgel, dans, performance, fluit en percussie in Groningen. Eerder gaat het om een andere beleving, meer ingetogen-auditief dan exuberant-visueel. Ook laat de solo-versie meer ruimte voor spontane invallen; in Groningen moest ik noodgedwongen een strakke regie aanhouden. 

De Betoverde Woestijn gaat uit van associative relaties tussen klanken, beelden en woorden; er is geen logische verhaallijn. De luisteraar/toeschouwer krijgt aan de hand van klank, beeld en titels van stukken indrukken die voor iedereen verschillend zullen zijn, maar een vergelijkbaar grondpatroon hebben in het onderbewustzijn. Hierdoor kunnen verbindingen die niet logisch lijken te zijn toch met elkaar samenhangen, zoals in een droom. De toehoorder kan een gevoel van tijdloosheid ondergaan en de indruk hebben zich in een andere wereld te bevinden. De titel is een metafoor die op vele manieren uitgelegd kan worden. Na de voorstelling in Groningen moest ik vaak denken aan een Duitse term die tijdens mijn studie bij Jan Welmers aan het Utrechts Conservatorium van 1977 tot 1986 gangbaar was onder docenten en studenten: “Vernehmendes Hören”. Het laat zich vertalen als “waarnemend luisteren” en werd gebruikt in de context van historische uitvoeringspraktijk, meestal vanwege het contrast met romantische uitvoeringspraktijk; eerstgenoemde veronderstelt een innerlijke rust, laatstgenoemde eerder een zich laten meeslepen, bijvoorbeeld in een roes. Mijn manier van uitvoeren, of het nu gaat om traditioneel orgelrepertoire of mijn eigen composities en improvisaties, is zeker meer gebaseerd op stilte dan op een zich laten meeslepen (hoewel ik dit nog niet goed kan rijmen met mijn grote voorliefde voor de muziek van Max Reger). De zoekterm “Vernehmendes Hören” leidt op Internet tot een behoorlijk aantal verwijzingen naar filosofie en theologie. Maar je zou ook kunnen denken aan vogels kijken of gewoon een wandeling maken in de natuur. Geleidelijk aan krijg ik het gevoel dat voor welke muziek ik ook speel, of het nu gaat om Bach, Messiaen of mijn eigen composities en improvisaties, dit “Vernehmendes Hören” een belangrijke rol speelt. Zelfs de muziek van mijn trio Turnstone, die als het al ergens op lijkt nog het meest in de buurt komt van avant-garde jazz. Misschien is het  wel een boodschap die ik wil overbrengen in deze verwarde tijd.

De titels van de afzonderlijke delen zijn spontaan tot stand gekomen in het Engels, in alle gevallen nadat de contouren van een improvisatie/compositie duidelijk waren. Er is voor gekozen ze niet te vertalen in het Nederlands, om te voorkomen dat ze aan spontaniteit en kracht zouden inboeten. Alleen de naam van het werk als geheel, The Enchanted Desert, is vertaald, omdat De Betoverde Woestijn minstens zo mooi en suggestief klinkt en natuurlijk in Nederland beter communiceert. De muziek kent grote tegenstellingen en is rijk geschakeerd aan stemmingen, zoals verstilling (Stillness, My friend the Indian), ongecompliceerde vreugde (Listening to the fairies en Birds, drums and signals), woede en onmacht (Grooving Angry Elephants), intense dramatiek (Howling Sands), sensuele bedwelming (Madonna of the sky) en vervoering (Exaltation). In het algemeen heeft ieder stuk één grondstemming, vergelijkbaar met het Affekt in barokmuziek. De grondstemmingen zijn eenvoudig te herkennen; in dit opzicht is De Betoverde Woestijn laagdrempelig, in tegenstelling tot veel hedendaagse muziek. Na de uitvoering in Groningen viel dit ons (de uitvoerenden) in het bijzonder op. De vraag is of dit ook na de eerste versie voor orgel alleen, zonder danseres, performance-kunstenaar en twee extra musici, nog zo zal blijken te zijn. Eerlijk gezegd hoop ik van wel.

Het programma is als volgt.

Deel 1 

1. Intro bestaat uit spaarzame, percussieve klanken, voortgebracht door organist en registrante van achter de speeltafel. Het is een experiment, als het niet overtuigt laat ik het bij toekomstige uitvoeringen waarschijnlijk weg.

2. Stillness is oorspronkelijk een compositie voor orgel solo, geschreven rond 1998. Als zodanig is het uitgebracht op de CD’s Imaginary Day en Meditations for a lent. Het leent zich goed voor samenspel met andere instrumenten en cross-overs. Inmiddels zijn er versies voor orgel/piano en viool (Westers klassiek,Turks en Grieks), fluit (klassiek), elektrische gitaar (pop), zang (pop en klassiek) en ut (Turkse luit). Ook staat Stillness op het repertoire van mijn avant-garde jazztrio Turnstone (saxofoon, piano en drums). Het stuk geeft de leegte van de woestijn weer, een leegte die echter gevuld is met concentratie.

3. Listening to the fairies  werd geschreven in 2003, eveneens voor orgel solo. De stemming is lichtvoetig, ongecompliceerd en vrolijk; een kwaliteit die in 18e eeuwse muziek heel gebruikelijk was, daarna zeldzamer werd en in hedendaagse klassieke muziek helaas nauwelijks voorkomt. De min of meer vanzelfsprekende speelvreugde en (schijnbare) eenvoud die ik bij Listening to the fairies en evenzo Birds, drums and signals aan de dag leg, probeer ik ook toe te passen op bijvoorbeeld de triosonates van J. S. Bach. Dit is bepaald niet gemakkelijk en een onderwerp van levenslange studie en fascinatie.
           
4. Wild Energy  is het laatste deel van Five Dances for organ, gecomponeerd in 1997. Het beeldt natuurkrachten uit, zoals een storm. 
                    
5. Archetypes (alio modo) was in 2013 een experiment om met de rechterhand te improviseren op een (zelf gevonden) akkoordenschema, zoals in jazz gebruikelijk is. De linkerhand houdt hierbij een vast patroon aan in een 5/4 maatsoort. Als ik het oefen moet ik vaak denken aan een inzicht van jazzkenners sinds allerlei privé-opnames uit de jaren ’50 en ’60 op YouTube zijn verschenen: geïmproviseerde soli van beroemde musici op grammofoonplaten uit die tijd blijken dikwijls voor een verbazingwekkend groot gedeelte ingestudeerd te zijn. Uit een begrijpelijke menselijke zwakte hielden die musici liever de mythe in stand dat de “improvisaties” werkelijk op het moment zelf ontstonden. Ik hoop dat ik in Archetypes ook die indruk kan wekken… Overigens duidt alio modo op een andere versie van Archetypes, waarin het akkoordenschema dient als uitgangspunt voor een heel verschillend muziekstuk, met een romantisch-dramatische opbouw, hoogtepunt en afbouw.  

Deel 2

6. The Loop Man # Ardha Jai Taal  is ontstaan in 2016. “The Loop Man” is een bijnaam die Mike Garson mij gaf vanwege de vele ritmisch-melodische patronen die ik schreef voor met name de linkerhand. Door veelvuldige herhalingen fungeren deze als “groove” of “loop”; termen uit de jazz en popmuziek. Ze zijn bijzonder geschikt voor cross-overs tussen verschillende muziekculturen. Hier gaat het om een loop van 61/2 tel, met als voorbeeld Ardha Jai Taal, een ritmisch patroon uit Indiase muziek. Percussionist/drummer Friso van Wijck, saxofonist Ruben Verbruggen en ik (het avant-garde jazztrio Turnstone) oefenen sinds enkele jaren dit soort patronen. 

7. Exaltation is evenals Wild Energy oorspronkelijk een deel uit Five Dances for organ. De quasi-Keltische melodie kwam in mij op na het zien van een voorstelling van Riverdance, een Ierse dansgroep die furore maakte in de jaren ’90. 
                                         
8. Howling Sands is een titel die spontaan naar boven kwam toen ik in mei 2016 dit stuk maakte, naar aanleiding van een bezoek aan de Der Aa-kerk met het schitterende Schnittger-orgel. Toen ik het als zoekterm invoerde op Internet, zag ik tot mijn verbazing dat “huilend zand” echt bestaat; het is een natuurverschijnsel dat gedurende enkele minuten een geluid tot aan 105 decibel kan veroorzaken. Het komt op ongeveer 35 plaatsen in de wereld voor, waaronder de Mojave-woestijn in Californië. 
                         
9. Birds, drums and signals is het tweede deel van Three light pieces uit 2016. Daarvoor werd het als afzonderlijk stuk reeds uitgevoerd door Berry van Berkum op verschillende Hollandse orgels. Net als bij Listening to the fairies gaat het om een oprechte, kinderlijke vreugde, zoals ik die aantrof bij Afrikaanse musici in de Scots International Church in Rotterdam, waar ik van 1998 tot 2000 organist was. De loop of groove wordt nu gespeeld door de rechterhand, in een 13/8 maat. 
   
10. Terra Incognita is de naam van een deel dat ik niet van te voren wil vastleggen in het programma, maar laat afhangen van de stemming op de dag van uitvoering en bijzondere klankeigenschappen van het orgel. Wel kan ik zeggen dat het in verband met deel 9 en 11 een overwegend contemplatief karakter zal hebben.

Deel 3

11. Grooving Angry Elephants  is het meest recente stuk, ontstaan in mei 2016. Bron van inspiratie waren de prachtige trompetregisters van het orgel in de Der Aa-kerk. Voordat deze klinken is er een woeste melodie in octaven, met een plenum van het Rugwerk als registratie. De 11/8 groove die volgt, met het geluid van de tongwerken van het Hoofdwerk en gespeeld door de linkerhand, geeft het heen en weer zwaaien van de olifantenslurf weer en het trompetteren. De improviserende rechterhand drukt een gevoel van woede en onmacht uit. De titel is ontstaan na het zien van een video over opgejaagde olifanten op YouTube.

12. Madonna of the sky  is een adaptatie van enerzijds een fragment voor piano dat ik met Mike Garson speelde in het tv-programma Vrije Geluiden in 2007 en anderzijds het orgelwerk Queen of the sky uit hetzelfde jaar, opgedragen aan Jan en Marga Welmers. Het is een referentie aan de sensuele uitstraling die Maria in de beeldende kunst soms heeft, aan het onvergetelijke beeld van de Engel in Messiaens opera Saint-François d’Assise in de Parijse uitvoering van 2004 en tijdloze vruchtbaarheidssymbolen overal ter wereld.
     
13. Mirage - Intensity - Vision brengt na Wild Energy en Howling Sands de derde en hevigste climax overeenkomstig de rhetorische figuur tricolon, die ook in bijvoorbeeld de doorwerking van symfonieën van Franck en Bruckner is aan te treffen. Het eerste deel is geënt op een improvisatie die ik speelde om een storm uit te beelden in voorstellingen van Henk van Ulsens Job in de jaren ’90. Tevens verscheen het op mijn CD Imaginary Day met als titel Breakwave.  Het tweede deel is terug te voeren op een improvisatie uit het begin van de jaren ’80, toen ik nog studeerde. Dit is een voorbeeld van een deel dat ik nooit oefen, om tijdens het concert zoveel mogelijk een gevoel van onrust en elementaire kracht te hebben. Het gaat zonder onderbreking over in het slotdeel.

14. My friend the Indian werd geschreven voor Yamaha SY99-synthesizer in 1996 en is opgedragen aan Rien Roggeveen. De eerste uitvoering op orgel is waarschijnlijk gegeven door Hans Fidom; later is ook nog een versie voor piano verschenen. In 2009 las ik, aangespoord door Marcel Cobussen, het artikel Thoughts on Improvisation van Bruno Nettl (1974), waarin hij aantoont dat improvisatie en compositie bij de Pima-Indianen in Arizona moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dit sprak mij aan omdat ook bij mij de scheiding tussen improvisatie en compositie vaak heel gering is. Tevens maakt Nettl duidelijk dat improviseren/componeren voor deze indianen bestaat uit ontrafelen van muziek die in een bovennatuurlijke werkelijkheid reeds aanwezig zou zijn. Het was verhelderend dit te lezen, omdat ik mij nooit helemaal kon vinden in het idee van kunst als individuele expressie van individuele emotie, van binnenuit dus, zoals in de negentiende en twintigste eeuw tot op heden gebruikelijk is geweest. In die zin is mijn muziek meer verwant aan bijvoorbeeld klassieke Indiase of Perzische muziek en “oude” Europese muziek dan aan Westerse muziek van na 1800. Deze ideeën bracht ik in verband met My friend the Indian, dat vanaf 1996 altijd tamelijk raadselachtig is gebleven, maar waarvan nu de puzzelstukjes in elkaar lijken te vallen: het roept een beeld op van een woestijn die na hevige storm en regenval tot bloei is gekomen. Een indiaan zit op de grond en kijkt rustig om zich heen. 


14/07/2016

Relating analysis and interpretation in Bach's trio sonata in d minor (1) - new possibilities

Next year I'll have a very interesting new mission at Codarts (Rotterdam Conservatoire): to gap the bridge between the regular courses of analysis that each student has to follow and interpretation (all instruments). We'll start with Bach —as a pivot of Western classical music— and continue with among other things contemporary music. "Blended learning" with the help of digital tools will be a keyword in this innovative process, also as a possible link to MOOC (Massive Open Online Courses already offered by top universities).

The following video (trio sonata BWV 527, third movement, third section) is my first try. I'm not yet satisfied with it because the annotated score is hard to read, in particular on small screens. On this blog that is compensated by a inserting a picture of the score, but there should be a better way of including it in the video itself. As the process is interactive by nature, I appreciate good suggestions on the issue.

The video mentions fluctuations in tempo without loosing the typical steady pulse of baroque music. Of course, I might have used the terms accelerando and ritenuto, but that is exactly what I want to avoid, because it makes it look like 19th century-based editions of Bach. If you are interested in this you can find more information on J.S. Bach played by Willem Tanke/A Different Kind of Authenticity




03/07/2016

Reflecting on the first performance of The Enchanted Desert (1)

The premiere of The Enchanted Desert in the Der-Aakerk in Groningen on 30th June was very successful. It confirmed what we knew already, that it has the potential to appeal to a large variety of listeners/spectators, including those who do not have the habit of listening to Western classical music, be it from the past or the present.

Jan Welmers found it perfect from beginning till end. This is a huge complement because as a composer he is very critical about timing and proportions.


Here are some pictures made by Janna Bathoorn: